Op deze pagina vind je de uitspraken die de Klachtencommissie cliënten heeft genomen naar aanleiding van klachten gericht tegen GGzE in het kader van de Wet verplichte GGZ (Wvggz).

De leden van de Klachtencommissie cliënten werken niet bij GGzE en komen tot een onafhankelijke beslissing.

Uitspraak klacht 2020/003

Klacht over het laten voortduren van verplichte zorg (insluiting) op grond van artikel 8.9 Wvggz.

  • Klager is met een crisismaatregel geplaatst.
  • Klacht over het laten voortduren van de verplichte zorg is ongegrond verklaard.
  • Schadevergoeding: verzocht, maar niet toegekend.

Samenvatting

De klacht heeft betrekking op de beslissing van 6 januari 2020 waarbij is besloten om ten opzichte van klager verplichte zorg toe te passen zoals opgenomen in de crisismaatregel (CM) d.d. 6 januari 2020, te weten (voortdurende) ‘insluiting’. Tevens heeft klager daarbij om een schadevergoeding verzocht.

De klachtencommissie stelt vast dat is voldaan aan het dwingende voorschrift van de Wvggz om klager schriftelijk te informeren over de gronden waarop de beslissing om op hem verplichte zorg toe te passen. Daarnaast staat voor de klachtencommissie voldoende vast dat sprake is van ernstig nadeel. De klachtencommissie is van oordeel dat is voldaan aan de eisen van doelmatigheid (is de ingreep effectief), proportionaliteit (staat ingreep in redelijke verhouding tot het doel), subsidiariteit (is er geen minder ingrijpend alternatief) en veiligheid.

De klachtencommissie acht de klacht ongegrond. Er wordt geen schadevergoeding toegekend.

Uitspraak klacht 2020/004

Klachten richten zich tegen het voortduren van de beslissing om verplichte zorg toe te passen in de vorm van een kamerprogramma. Daarnaast stelt klager dat aan hem een onjuist formulier werd uitgereikt.

  • Klager verblijft binnen GGzE op grond van TBS-dwang.
  • Klacht is ongegrond verklaard.
  • Schadevergoeding: verzocht, maar niet toegekend.

Samenvatting

De klacht heeft betrekking op de volgende beslissing:

De beslissing van 7 januari 2020 om op klager een kamerprogramma toe te passen.

De klachtencommissie heeft vastgesteld dat klager bij herhaling binnen de instelling ernstig nadeel veroorzaakt ten gevolge van zijn geestesstoornis. De klachtencommissie is van oordeel dat is voldaan aan de eisen van doelmatigheid (is de ingreep effectief), proportionaliteit (staat ingreep in redelijke verhouding tot het doel), subsidiariteit (is er geen minder ingrijpend alternatief) en veiligheid.

Het formulier dat bij dit kamerprogramma is uitgereikt.

De klachtencommissie stelt vast dat de behandeling van klager is vastgelegd in een schriftelijke en gemotiveerde beslissing van de zorgverantwoordelijke. De klachtencommissie concludeert dat in de mededeling die aan klager werd uitgereikt inderdaad melding wordt gemaakt van een onjuist wets-artikel, maar oordeelt dat klager als gevolg daarvan niet in zijn belangen geschaad is aangezien de mededeling voldoet aan de eisen die de WvGGZ daaraan stelt.

De klacht wordt ongegrond verklaard. Er wordt geen schadevergoeding toegekend.

Uitspraak klacht 2020/008

Klachten over de nakoming van een verplichting of een beslissing op grond van artikel 9.9 Wvggz, beperking vrijheden, en artikel 9.6 Wvggz, dwangbehandeling.

  • Klager is met een strafrechtelijke titel geplaatst.
  • Klacht over beperking vrijheden gegrond. Klacht over dwangbehandeling gegrond.
  • Schadevergoeding: niet toegekend.

Samenvatting

Klachtonderdeel 1:
Beslissing van 28 januari 2020 over van het beperken van het recht op bewegingsvrijheid (beslissing op grond van artikel 9.9 lid 2 Wvggz);

Op 28 januari 2020 heeft de instelling, vrij snel nadat een kamerprogramma in de ochtend was opgeheven, opnieuw besloten tot het instellen van het kamerprogramma en daarmee klaagster te beperken in haar echt op bewegingsvrijheid. De klachtencommissie is van oordeel dat het feit dat klaagster niet is gewezen op de mogelijkheid van het indienen van een klacht en het inschakelen van een patiëntenvertrouwenspersoon of familievertrouwenspersoon een zodanig vormvereiste is, dat haar klacht alleen al daarom gegrond wordt verklaard.

Klachtonderdeel 2:
De beslissing van 5 februari 2020 om dwangbehandeling toe te passen. (beslissing op grond van artikel 9:6 lid 1 onder b Wvggz).

Het kamerprogramma is op 5 februari 2020 voortgezet als verplichte zorg (dwangbehandeling). Op 14 oktober 2019 is een bespreking geweest van het zorgplan van klaagster. Op 4 (of 5) februari 2020 heeft er een nieuwe bespreking over dat (zelfde) zorgplan plaatsgevonden en het daarin opgenomen kamerprogramma is opnieuw aan klaagster voorgelegd/besproken. De klachtencommissie is van oordeel dat deze beslissing om dwangbehandeling toe te passen niet in stand kan blijven omdat niet is gebleken dat er sprake is van een ‘volstrekte noodzaak om ernstig nadeel af te wenden’. De klachtencommissie verklaart de klacht gegrond.

Schadevergoeding
Klaagster heeft verzocht om een schadevergoeding toe te kennen voor de vormverzuimen. De klachtencommissie heeft overwogen om de vormvereisten niet inhoudelijk mee te nemen in de beoordeling. Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak klacht 2020/012

Klachten over de nakoming van een verplichting of een beslissing op grond van artikel 7:3 Wvggz, Tijdelijke verplichte zorg voorafgaand aan een crisismaatregel, en artikel 8:9 Wvggz, Plicht zorgaanbieder bij uitvoering crisismaatregelen of zorgmachtiging.

  • Klager verbleef aanvankelijk vrijwillig, maar vervolgens met een crisismaatregel geplaatst.
  • Klacht over de beslissing om klager een kamerprogramma op te leggen op 7 januari 2020; niet bevoegd.
  • Klacht over separatie op 9 januari 2020; gegrond.
  • Klacht over het opleggen van een kamerprogramma op 14 januari 2020; gegrond.
  • Schadevergoeding: toegekend.

Samenvatting

De klachten hebben betrekking op de volgende beslissingen.

De beslissing van 7 januari 2020 om klager een kamerprogramma op te leggen
De klachtencommissie heeft vastgesteld dat deze klacht zich richt op een beslissing die jegens hem genomen werd voordat ten aanzien van hem een crisismaatregel was getroffen. Klager heeft uiteindelijk ingestemd met het kamerprogramma. Dat heeft tot gevolg dat zich toen de situatie als bedoeld in artikel 10:3 onder c van de Wvggz zich niet heeft voorgedaan. Dat betekent dat de klachtencommissie niet bevoegd is om een oordeel te geven over de klacht over deze beslissing.

De beslissing van 9 januari 2020 om klager te separeren
De Burgemeester van de Gemeente Eindhoven heeft op 10 januari 2020 een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:1 onder 1 van de Wvggz, ten aanzien van klager genomen.

In de beschikking is opgenomen dat op klager als verplichte noodzakelijke zorg om de crisissituatie af te wenden, beperkt mocht worden in zijn bewegingsvrijheid, mocht worden ingesloten en dat op hem toezicht mocht worden uitgeoefend.

De crisismaatregel biedt dus de mogelijkheid om klager te separeren
In artikel 8:9 van de Wvggz worden de stappen aangegeven die gezet moeten worden ten aanzien van de uitvoering van een zorgmachtiging of crisismaatregel.

De klachtencommissie heeft na toetsing aan dit artikel moeten vaststellen dat onvoldoende is voldaan aan het bepaalde van artikel 8:9 lid 1 van de Wvggz.

De klachtencommissie is daarom van mening dat de klacht gegrond is.

De beslissing van 14 januari 2020 om klager een kamerprogramma op te leggen
In de beschikking is opgenomen dat op klager als verplichte noodzakelijke zorg om de crisissituatie af te wenden, beperkt mocht worden in zijn bewegingsvrijheid, mocht worden ingesloten en dat op hem toezicht mocht worden uitgeoefend.

De crisismaatregel biedt dus de mogelijkheid om klager een kamerprogramma op te leggen.

De besluitvorming over het opleggen van het kamerprogramma dus zou moeten voldoen aan de voorschriften van artikel 8:9 van de Wvggz. De klachtencommissie heeft vastgesteld dat de besluitvorming over de beperking van de bewegingsvrijheid van klager en over de daarmee samenhangende informatieplicht niet voldoet aan deze voorschriften.

De klachtencommissie acht de klacht daarom gegrond.

Schadevergoeding
Klaagster heeft verzocht om een schadevergoeding toe te kennen. De klachtencommissie heeft het verzoek tot schadevergoeding toegewezen. Aan klager wordt een bedrag van € 20,50 aan schadevergoeding toegekend.

Uitspraak klacht 2020/016

Klachten over de nakoming van een verplichting of een beslissing op grond van artikel 9:9 Wvggz, beperking vrijheden, artikel 9:8 Wvggz Wvggz, toepassing Middelen of maatregelen en artikel 9:6 Wvggz, dwangbehandeling.

  • Klager is met een strafrechtelijke titel geplaatst.
  • Klacht over beperking vrijheden; gegrond.
  • Klacht over toepassing Middelen of Maatregelen; gegrond.
  • Klacht over de toepassing van dwangbehandeling; gegrond.
  • Schadevergoeding: toegekend.

Samenvatting

De klachten hebben betrekking op de volgende beslissingen.

De beslissing van 21 februari 2020 om klaagster te beperken in haar bewegingsvrijheid in de vorm van een kamerprogramma
De klachtencommissie acht het verweer dat niet alle medewerkers op de hoogte waren van de regels van de Wvggz en dat daarom de regels van de Wet Bopz zijn gevolgd, niet valide. De klacht wordt om die reden gegrond verklaard. De klachtencommissie komt daardoor niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht.

De beslissing van 22 februari 2020 om klaagster te separeren
Ook ten aanzien van de beslissing om klaagster te separeren zijn de regels van de Wet Bopz gevolgd en niet de regels van de Wvggz die vanaf 1 januari 2020 op klaagster van toepassing is. De klacht wordt alleen al om die reden gegrond verklaard. De klachtencommissie komt daardoor niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht.

De beslissing van 3 maart 2020 om op klaagster dwangbehandeling in de vorm van separatie toe te passen
Ook ten aanzien van de beslissing om klaagster dwangbehandeling toe te passen zijn de regels van de Wet Bopz gevolgd en niet de regels van de WvGGZ die vanaf 1 januari 2020 op klaagster van toepassing is. De klacht wordt alleen al om die reden gegrond verklaard. De klachtencommissie komt daardoor niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht.

Verder merkt de klachtencommissie op dat de termijn om de beslissing te kunnen nemen om dwangbehandeling op klaagster toe te passen, aansluitend op de separatie van klaagster, was op grond van de Wvggz drie dagen. De beslissing is te laat genomen.

Uit het overgelegde zorgplan valt nergens uit op te maken of en wanneer er met klaagster overleg is geweest over deze aanpassing van haar zorgplan, en dat klaagster daar niet mee heeft ingestemd. De klacht wordt ook om die redenen gegrond verklaard.

Schadevergoeding
Klaagster heeft verzocht om een schadevergoeding toe te kennen. De klachtencommissie heeft het verzoek tot schadevergoeding wordt toegewezen. Aan klaagster is een bedrag van € 64 als schadevergoeding toegekend.

Uitspraak klacht 2020/042

Klacht richt zich tegen de beslissing van 22 september 2020 om klager in zijn recht op bewegingsvrijheid te beperken door middel van een kamerprogramma op grond van artikel 8:9 Wvggz.

  • Klager verblijft binnen GGzE op grond van een zorgmachtiging en heeft daarnaast TBS met voor-waarden.
  • Klacht is gegrond verklaard.
  • Schadevergoeding: toegekend.

Samenvatting

De klacht heeft betrekking op de volgende beslissing.

De beslissing van 22 september 2020 om op klager een kamerprogramma toe te passen
De beslissing om klager te beperken in zijn recht op bewegingsvrijheid, op grond van artikel 8:9 Wvggz. De klachtencommissie heeft vastgesteld dat niet is voldaan aan het dwingendrechtelijke voorschrift van artikel 8:9 Wvggz om aan een patiënt die wordt beperkt in zijn recht op bewegingsvrijheid een afschrift van de beslissing van de zorgverantwoordelijke te verstrekken met de motivering van de beslissing om hem te beperken in zijn recht op bewegingsvrijheid. Doordat niet is voldaan aan dit dwingendrechtelijke voorschrift dient de klachtencommissie alleen al om die reden de klacht van klager gegrond te verklaren. Daarmee komt de klachtencommissie niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht.

De klacht wordt gegrond verklaard.

Schadevergoeding
Er wordt een schadevergoeding toegekend.

Uitspraak klacht 2020/043

Klachten richten zich tegen: 

  • de beslissing van 26 augustus om op klaagster Middelen of Maatregelen toe te passen in de vorm van de toediening van medicatie (artikel 9:8 Wvggz).
  • de beslissing van 28 augustus 2020 om op klaagster dwangbehandeling toe te passen in de vorm van de toediening van medicatie (9:6 Wvggz).

 

  • Klaagster verblijft binnen GGzE op grond van TBS-dwang.
  • Klachten zijn ongegrond verklaard.
  • Schadevergoeding: niet toegekend.

Samenvatting

De klachten hebben betrekking op de volgende beslissingen.

De beslissing van 26 augustus 2020 om op klaagster Middelen of Maatregelen toe te passen in de vorm van de toediening van medicatie.
De klachtencommissie heeft vastgesteld dat klaagster bij herhaling binnen de instelling ernstig nadeel veroorzaakt ten gevolge van haar geestesstoornis. De klachtencommissie is van oordeel dat is voldaan aan de eisen van doelmatigheid (is de ingreep effectief), proportionaliteit (staat ingreep in redelijke verhouding tot het doel), subsidiariteit (is er geen minder ingrijpend alternatief) en veiligheid. Het formulier dat hierbij hoort, is uitgereikt.

De klachtencommissie stelt vast dat de behandeling van klaagster is vastgelegd in een schriftelijke en gemotiveerde beslissing van de zorgverantwoordelijke.

De beslissing van 28 augustus 2020 om op klaagster dwangbehandeling toe te passen in de vorm van de toediening van medicatie (9:6 Wvggz)
De klachtencommissie heeft vastgesteld dat klaagster bij herhaling binnen de instelling ernstig nadeel veroorzaakt ten gevolge van haar geestesstoornis. De klachtencommissie is van oordeel dat is voldaan aan de eisen van doelmatigheid (is de ingreep effectief), proportionaliteit (staat ingreep in redelijke verhouding tot het doel), subsidiariteit (is er geen minder ingrijpend alternatief) en veiligheid. Het formulier dat hierbij hoort, is uitgereikt. De klachtencommissie stelt vast dat de behandeling van klaagster is vastgelegd in een schriftelijke en gemotiveerde beslissing van de zorgverantwoordelijke.

De klachten worden ongegrond verklaard.

Schadevergoeding
Er wordt geen schadevergoeding toegekend.

Uitspraak klacht 2020/044

Klacht richt zich op het niet tijdig reageren op het verzoek van klager om hem over te plaatsen op grond van artikel 8:16 Wvggz.

  • Klager verblijft binnen GGzE op grond van een zorgmachtiging.
  • Klacht is gegrond verklaard.
  • Schadevergoeding: toegekend.

Samenvatting

De klacht heeft betrekking op de volgende beslissing:

De klacht richt zich op het niet tijdig reageren op het verzoek van klager om hem over te plaatsen op grond van artikel 8:16 Wvggz.
De klachtencommissie heeft vastgesteld dat verweerder in zijn verweerschrift heeft erkend dat het te lang heeft geduurd voordat hij heeft gereageerd op het verzoek van klager om overgeplaatst te worden. Omdat verweerder de klacht van klager heeft erkend, is dit reeds voldoende voor de klachtencommissie om de klacht gegrond te verklaren. De klachtencommissie komt daardoor niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht.

De klacht wordt gegrond verklaard.

Schadevergoeding
Er wordt een schadevergoeding toegekend.

Uitspraak klacht 2020/046

Klacht richt zich tegen de beslissing om klager in zijn recht op vrij gebruik van communicatiemiddelen te beperken op grond van artikel 9.9 lid 3 Wvggz.

  • Klager verblijft binnen GGzE op grond van TBS-dwang.
  • Klacht is gegrond verklaard.
  • Schadevergoeding: toegekend.

Samenvatting

De klacht heeft betrekking op de volgende beslissing:

De beslissing om klager te beperken in zijn recht op vrij gebruik van communicatiemiddelen op grond van artikel 9.9 lid 3 Wvggz.
De klachtencommissie heeft vastgesteld dat door verweerster wordt erkend dat niet is voldaan aan het dwingendrechtelijke voorschrift van artikel 9:9 Wvggz om aan een patiënt die wordt beperkt in zijn recht op vrij gebruik van communicatiemiddelen een afschrift van de beslissing van de zorgverantwoordelijke te verstrekken met de motivering van de beslissing om hem te beperken in zijn recht op vrij gebruik van communicatiemiddelen. Doordat niet is voldaan aan dit dwingendrechtelijke voorschrift dient de klachtencommissie alleen al om die reden de klacht van klager gegrond te verklaren. Daarmee komt de klachtencommissie niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht.

De klacht wordt gegrond verklaard.

Schadevergoeding
Er wordt een schadevergoeding toegekend.

Uitspraak klacht 2020/047

Klacht richt zich tegen de beslissing ter uitvoering van de zorgmachtiging, door klager te beperken in het recht op de vrijheid het eigen leven in te richten, op grond van artikel 8:9 Wvggz.

  • Klager verblijft binnen GGzE op grond van een zorgmachtiging.
  • Klacht is gegrond verklaard.
  • Schadevergoeding: toegekend.

Samenvatting

De klacht heeft betrekking op de volgende beslissing:

De beslissing ter uitvoering van de zorgmachtiging die voor klager was verleend, door klager te beperken in zijn recht op de vrijheid het eigen leven in te richten, op grond van artikel 8:9 Wvggz.
De klachtencommissie heeft vastgesteld dat door verweerster wordt erkend dat niet is voldaan aan het dwingendrechtelijke voorschrift van artikel 8:9 Wvggz om aan een patiënt aan wie verplichte zorg wordt verleend, en die ten gevolge daarvan wordt beperkt in zijn recht op de vrijheid het eigen leven in te richten, een afschrift van de beslissing van de zorgverantwoordelijke te verstrekken met de motivering van de beslissing om hem te beperken in zijn recht op de vrijheid van het eigen leven in te richten. Doordat niet is voldaan aan dit dwingendrechtelijke voorschrift dient de klachtencommissie alleen al om die reden de klacht van klager gegrond te verklaren. Daarmee komt de klachtencommissie niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht.

De klacht wordt gegrond verklaard.

Schadevergoeding
Er wordt een schadevergoeding toegekend.

Uitspraak klacht 2020/048

Klacht richt zich tegen de beslissing om ter uitvoering van de zorgmachtiging klaagster te beperken in haar recht op bezoek, op grond van artikel 8:9 Wvggz.

  • Klaagster verblijft binnen GGzE op grond van een zorgmachtiging.
  • Klacht is gegrond verklaard.
  • Schadevergoeding: toegekend.

Samenvatting

De klacht heeft betrekking op de volgende beslissing:

De beslissing om klaagster ter uitvoering van de zorgmachtiging te beperken in haar recht op bezoek op grond van artikel 8:9 Wvggz.
De klachtencommissie heeft vastgesteld dat door verweerster wordt erkend dat niet is voldaan aan het dwingendrechtelijke voorschrift van artikel 8:9 Wvggz om aan een patiënt die wordt beperkt in haar recht op bezoek een afschrift van de beslissing van de zorgverantwoordelijke te verstrekken met de motivering van de beslissing om haar te beperken in haar recht op bezoek. Doordat niet is voldaan aan dit dwingendrechtelijke voorschrift dient de klachtencommissie alleen al om die reden de klacht van klaagster gegrond te verklaren. Daarmee komt de klachtencommissie niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht.

De klacht wordt gegrond verklaard.

Schadevergoeding
Er wordt een schadevergoeding toegekend.

Uitspraak klacht 2020/049

Klacht richt zich tegen de beslissing ten aanzien van de uitvoering van de zorgmachtiging op grond van artikel 8:9 Wvggz.

  • Klaagster heeft een zorgmachtiging.
  • Klacht is gegrond verklaard.
  • Schadevergoeding: gevraagd, maar niet toegekend.

Samenvatting

De klacht heeft betrekking op de volgende beslissing:

De beslissing ten aanzien van de uitvoering van de zorgmachtiging op grond van artikel 8:9 Wvggz.
De klachtencommissie heeft vastgesteld dat door GGzE een beslissing is genomen om de zorg voor klaagster over te dragen aan Novadic/Kentron. Verweerster heeft hierbij nagelaten om ter uitvoering van de zorgmachtiging van klaagster een beslissing, als bedoeld in artikel 8:9 Wvggz, te nemen om klaagster in Novadic/Kentron op te doen nemen. Dat heeft tot gevolg dat geen uitvoering is gegeven aan de in artikel 8:9 vermelde procedurele stappen die noodzakelijk zijn om een dergelijk besluit te effectueren. Het nalaten daarvan moet leiden tot een gegrondverklaring van de klacht.

De klacht wordt gegrond verklaard.

Schadevergoeding
Er wordt geen schadevergoeding toegekend.

Uitspraak klacht 2020/050

Klacht richten zich tegen de beslissing van 20 oktober 2020 om klager in zijn recht op bewegingsvrijheid te beperken door middel van een kamerprogramma.

  • Klager verblijft binnen GGzE op grond van TBS-dwang.
  • Klacht is ongegrond verklaard.
  • Schadevergoeding: verzocht, maar niet toegekend.

Samenvatting

De klacht heeft betrekking op de volgende beslissing:

De beslissing van 20 oktober 2020 om op klager een kamerprogramma toe te passen.
De klachtencommissie heeft vastgesteld dat klager bij herhaling binnen de instelling ernstig nadeel veroorzaakt ten gevolge van zijn geestesstoornis. De klachtencommissie is van oordeel dat is voldaan aan de eisen van doelmatigheid (is de ingreep effectief), proportionaliteit (staat ingreep in redelijke verhouding tot het doel), subsidiariteit (is er geen minder ingrijpend alternatief) en veiligheid.

Het formulier dat bij dit kamerprogramma hoort, is uitgereikt.

De klachtencommissie stelt vast dat de behandeling van klager is vastgelegd in een schriftelijke en gemotiveerde beslissing van de zorgverantwoordelijke.

De klacht wordt ongegrond verklaard.

Schadevergoeding
Er wordt geen schadevergoeding toegekend.