Hoe zorg je ervoor dat inwoners sneller op de juiste plek terechtkomen, zonder meteen naar de ggz te verwijzen als dat niet nodig is? Het verkennend gesprek is één van de vier functies van het Mentaal Gezondheidsnetwerk (MGN).
Koen, sociaal psychiatrisch verpleegkundige bij GGzE, is pas gestart als verkenner en heeft inmiddels al meerdere verkennende gesprekken gevoerd. Vlak voor dit interview rondt hij er nog twee af. Veel tijd om bij te komen is er niet: nog snel een banaan naar binnen, even schakelen, en dan vertelt hij enthousiast over zijn eerste ervaringen als verkenner. In het verkennend gesprek kijken de ggz en het sociaal domein samen met de inwoner wat er speelt, wat iemand zelf kan doen, welke steun er in de omgeving is en welke professionele hulp eventueel passend is.
Een brug tussen ggz en sociaal domein
Koen werkt al achttien jaar bij GGzE en is verbonden aan gebiedsteam Stratum-Tongelre. Via collega Marlies, projectleider ‘verkennend gesprek’ en klinisch psycholoog bij gebiedsteam Stratum – Tongelre kwam het verkennend gesprek op zijn pad. Tegelijkertijd ziet hij ook landelijk steeds meer aandacht voor deze manier van werken: Spv'ers die aan tafel zitten om mee te denken met het sociaal domein en samen te zoeken naar de best passende ondersteuning.
“Vaak is een hulpvraag of probleem niet per se geschikt voor de ggz”, vertelt Koen. “Soms ligt de oorzaak van iemands klachten vooral in het dagelijks leven. Dan past ondersteuning vanuit het sociaal domein beter dan een behandeling in de ggz. Bijvoorbeeld wanneer iemand somber is, maar vooral vastloopt in dagstructuur, opvoeding of eenzaamheid. Als daar goede ondersteuning op komt, kunnen mentale klachten soms ook verminderen.”
De inwoner centraal
In een verkennend gesprek zit Koen samen met een professional van WIJeindhoven aan tafel. De inwoner staat centraal: wat loopt goed, waar zit de vraag, wat wil iemand zelf veranderen en wie uit het eigen netwerk kan daarbij helpen? Er wordt gekeken naar verschillende levensgebieden en naar de mensen om iemand heen. Pas daarna komt de vraag welke professionele hulp nodig is.
Dat levert soms verrassende inzichten op. Zo sprak Koen een inwoner die al langere tijd worstelde, maar daar nog nooit met ouders, familie of vrienden over had gesproken. “Een van de doelen waarmee hij naar huis ging, was: wie kan ik hierover in vertrouwen nemen? Alleen dat was al een belangrijke eyeopener.”
Passende hulp op de juiste plek
Na het gesprek volgt een terugkoppeling aan de huisarts met een advies. Soms is verwijzing naar de ggz passend, bijvoorbeeld bij complexere problematiek. Maar net zo goed kan het advies zijn om eerst ondersteuning vanuit het sociaal domein in te zetten, zoals begeleiding via WIJeindhoven, jeugdhulp, opvoedondersteuning, een maatje, een zelfhulpnetwerk of activiteiten in de wijk.
Volgens Koen is de aanpak geslaagd als mensen de juiste hulp krijgen. “Er wordt soms snel gedacht: ggz is nodig. Maar er zijn ook veel situaties die beter passen in het sociaal domein. Dan gaat het niet altijd om behandeling, maar om steun bij factoren die iemands leven zwaar maken.”
Samenwerken en van elkaar leren
Koen vormt een vast duo met een collega van WIJeindhoven. Dat werkt prettig: beide professionals brengen hun eigen kennis mee. Waar de ggz-collega ervaring heeft met psychische problematiek en het stellen van verdiepende vragen, kent de collega uit het sociaal domein het aanbod in de wijk goed. Zo vullen ze elkaar aan.
Ook praktisch is het nog zoeken. Er zijn vaste gespreksmomenten, terugkoppelingen en afstemming met de huisarts. “Het is nieuw voor ons allebei”, zegt Koen. “Maar juist doordat je vaker samen gesprekken voert, raak je beter op elkaar ingespeeld.”
Een andere manier van vragen stellen
Vooraf volgde Koen een training waarin onder meer aandacht was voor circulaire vragen en het netwerkgesprek. Dat vraagt soms om een andere houding dan in de dagelijkse ggz-praktijk. Niet te snel invullen, niet meteen vanuit een diagnose of behandeling denken, maar blijven verkennen wat de inwoner zelf belangrijk vindt. “Ik moet vooral die open blik blijven bewaren”, zegt Koen. “Niet op voorhand denken welke kant het op moet gaan, maar goed luisteren naar de inwoner die voor je zit en zijn verhaal komt vertellen.”
Koen hoopt dat meer de training tot verkenner zullen volgen. “Het is mooi werk”, zegt hij. “Je helpt inwoners om te ontdekken wat zij nodig hebben en waar passende steun te vinden is.”